Hierbij de matrix waar ik het gisteren met Judith in de les over had: een overzicht welk personage de woorden van welke auteur gebruikt, hoe vaak personages iets zeggen, hoe vaak auteurs geciteerd worden, etc. Ook een overzicht met betrekking tot de lengte van de citaten.
Verder heb ik nog een beetje nagedacht over de sterf-scenes in de film; lees verder voor mijn analyse.
Death sequences
PA doodt TH
De painter gebruikt de theorist als een kwast. De Theorist leeft nog – zijn ogen draaien.
CA doodt CU
CA voert een soort ritueel uit – een happening, met publiek, maar wel georganiseerd. Aan alle randvoorwaarden zijn voldaan, de gereedschappen liggen gereed. Muziekje erbij, handschoenen aan. CU geeft geen teken van leven ondanks dat haar ogen open zijn, misschien is ze al dood. Ondanks het engagement van de happening, publiek en al, voelt deze scène als een ritueel: koud, afstandelijk. De CA lijkt even de controle te verliezen als zijn oordopje uitvalt – hij besmeurt zichzelf: een blijk van kwetsbaarheid? Leuk is de analogie van de spaghetti-etende mensen en de darmen van de curator. Zoals Michiel opmerkte: de CA pleit wel de hele tijd voor een actief publiek, interactie met de happening, maar hier op het moment supreme zondert hij zich af in zijn muziek.
CU doodt TH
Men vermoordt elkaar, maar er wordt ook consequent wraak genomen. De lijst moorden is aardig symmetrisch, behalve de moord die eruit springt: de dood van de theorist door de curator. Hij wordt verrast door de curator, ziet het niet aankomen. Hij sterft met een verbaasde blik. De dood van de theorist kan gezien worden als collateral damage; de Curator is eigenlijk achter de Convivial artist aan (ze zoekt wraak) maar de theorist staat in de weg, letterlijk.
CU doodt CA
Een duidelijk geval van You can run, but you can’t hide… Waarom heeft de curator ineens een flitsend pakje aan? Misschien wel om haar macht te demonstreren: ze ziet er superieur uit, een soort Charlie’s angel, en heeft ook een superieur wapen, in vergelijking met de overige moorden. De convivial artist ontvlucht het decor van Venetië, maar wordt toch (half) daarbuiten te grazen genomen.
TH doodt PA
Applied reality.. de theorist doet het niet zelf, maar legt de fundamenten, is de architect van de kruisiging van de painter. Dit demonstreert de afstandelijkheid van theoretici. Merk ook de symmetrie op met de eerste moord: eerst werd de theorist letterlijk als medium gebruikt, hier staat hij er juist helemaal buiten. Door deze actie krijgt de painter een soort Messiasstatus: wordt hier geïmpliceerd dat de painter de verlossing is / zal brengen?
0 Responses to “Matrix + Analyse”